Article published In: Old Germanic Languages and Latin/Early Romance in Contact
Edited by Carla Falluomini
[NOWELE 78:1] 2025
► pp. 27–43
Old French exploitation toponyms in the northern Low Countries and their significance for medieval Dutch settlement history
Available under the Creative Commons Attribution (CC BY) 4.0 license.
For any use beyond this license, please contact the publisher at rights@benjamins.nl.
Open Access publication of this article was funded through a Transformative Agreement with Fryske Akademy.
Published online: 30 October 2025
https://doi.org/10.1075/nowele.00093.ker
https://doi.org/10.1075/nowele.00093.ker
Abstract
This article explores the influence of Old French terminology on medieval settlement history in the Low Countries,
revealing lexical exchanges that disseminated from the bilingual zone in Belgium to the southern Netherlands. It argues that the
southern Dutch toponyms saert, triest, and mortel reflect the high medieval dissemination of
southern technological and organizational expertise and proposes that feudal officials played a role in introducing Romance
onomastic material into the Dutch toponymic landscape.
Article outline
- 1.Introduction
- 2.The timeframe
- 3.Southern innovations
- 4.Southern prestige
- 5.New evidence
- 5.1Saert
- 5.2Triest
- 5.3Mortel
- 6.Who gave these names?
- 7.Conclusion
- Acknowledgements
- Notes
References
References (52)
Abrahamse, Jaap E. 2020. Between art and expediency: Origins of the Canal District. In Jan Nijman (ed.), Amsterdam’s Canal District: Origins, evolution and future prospects, 25–42. Toronto: University of Toronto Press
Arends, Gerrit J. 1994. Sluizen en stuwen: De ontwikkeling van de sluis- en stuwbouw in Nederland tot 1940 (Bouwtechniek in Nederland 5). Delft: Delftse universitaire pers.
Bijsterveld, Arnoud-Jan. 2018. Aristocratic identities and power strategies in Lower Lotharingia: The case of the Rode Lineage (eleventh and twelfth centuries). In Michel Margue & Hérold Pettiau (eds.), La Lotharingie en question; Identités, oppositions, intégration/Lotharingische Identitäten im Spannungsfeld; Zwischen integrativen und partikularen Kräften, 315–364. Niederanven: Imprimerie Printing Ossa.
Blok, Dirk P. 1963. Opmerkingen over het Aasdom. Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis / Revue d’histoire du droit / The Legal History Review 311. 243–274.
Boeren, Petrus C. 1964. De eerste dynastie van Breda (ca. 1100–1281). Jaarboek de Oranjeboom 171. 1–29.
Boileau, Armand. 1971. Toponymie dialectale germano-romane du nord-est de la province de Liège: Analyse lexicologique et grammaticale comparative (Bibliothèque de la Faculté de Philosophie et Lettres de l’Université de Liège CLXXXVIII). Paris: Société d’édition “Les Belles Lettres”.
Borger, Guus, Frits Horsten, Henk Engel, Reinout Rutte, Otto Diesfeldt, Iskander Pané & Arnoud de Waaijer. 2011. Twelve centuries of spatial transformation in the Western Netherlands, in six maps. OverHolland 10/111. 4–124.
Cordfunke, Erich H. P. 1987. Gravinnen van Holland: Huwelijk en huwelijkspolitiek van de graven uit het Hollandse gravenhuis. Zutphen: Walburgpers.
Croenen, Godfried. 1999. Governing Brabant in the 12th century: The duke, his household, and the nobility. In W. Blockmans, M. Boone, and T. de Hemptinne (eds.), Secretum Scriptorum: Liber Alumnorum Walter Prevenier, 39–76. Leuven/Apeldoorn: Garant.
DEAFél = Dictionnaire Étymologique de l’Ancien Français électronique (DEAFél). [URL]
DiBE = Diplomata Belgica; Les sources diplomatiques des Pays-Bas méridionaux au Moyen âge, Thérèse de Hemptinne, Jeroen Deploige, Jean-Louis Kupper & Walter Prevenier (eds.). Bruxelles: Commission Royale de Histoire. [URL]
Van Durme, Luc. 1996. Galloromaniae Neerlandicae submersae fragmenta. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
FEW = Von Wartburg, Walther. 1948–2002. Französisches etymologisches Wörterbuch: Eine Darstellung des galloromanischen Sprachsatzes. Basel: Zbinden. [URL]
Génicot, Léopold. 1975. Princes Territoriaux et Sang Carolingien. La Genealogia comitum Buloniensium. In L. Génicot (ed.), Études sur les principautés Lotharingiennes, 45–68. Louvain: Bureau du Recueil.
De Graaf, Ronald. 1996. Oorlog om Holland 1000–1375 (Middeleeuwse studies en bronnen XXXXVIII). Hilversum: Verloren.
Gysseling, Maurits. 1966. Overzicht over de Noordnederlandse persoonsnamen tot 1225. Louvain: Instituut voor Naamkunde.
Van Ham, Wilhelmus A. 2000. Macht en Gezag in het Markiezaat: Een politiek-institutionele studie over stad en land van Bergen op Zoom (1477–1583). Hilversum: Verloren.
Van Hasselt, René. & Antonius Weijnen. 1948. De plaatsnamen van Roosendaal. De Ghulden Roos 81. Roosendaal: Stichting de Ghulden Roos.
Hoofnagle, William M. 2008. Charlemagne’s legacy and Anglo-Norman imperium in Henry of Huntingdon’s Historia Anglorum. In Matthew Gabriele & Jace Stuckey (eds.), The legend of Charlemagne in the Middle Ages: Power, faith and crusade, 77–96. New York, NY: Palgrave Macmillan.
Hoppenbrouwers, Peter. 1997. Agricultural production and technology in the Netherlands c. 1000–1500. In Grenville Astill & John Langdon (eds.), Medieval farming and technology: The impact of agricultural change in Northwest Europe, 89–114. Leiden: Brill.
Janssens, Jozef. 1999. Wereldse Literatuur in het Dertiende-eeuwse Vlaanderen. Handelingen — Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis 531. 119–135.
Jungandreas, Wolfgang. 1962. Historisches Lexikon der Siedlungs- und Flurnamen des Mosellandes. Trier: Jacob Lintz KG.
Kerkhof, Alexia E. 2018. An Old French origin for Dutch polder. In Language, law and loanwords in early medieval Gaul: Language contact and studies in Gallo-Romance phonology. PhD dissertation. Leiden. 233–244.
2020a. Saer, Saert: Een Zuid-Nederlandse veldnaam van onzekere oorsprong. Noordbrabants Historisch Jaarboek 371. 67–84.
2020b. Calwentriest en Den Trieste: Vreemde veldnamen tussen Wouw en Roosendaal. Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie/Bulletin de la Commission Royale de Toponymie & Dialectologie XCII1. 117–138.
Lambert, Audry M. 1971. The making of the Dutch landscape: An historical geography of the Netherlands. London: Seminar Press.
Leenders, Karel A. H. W. 1989. Verdwenen venen: Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad: 1250–1750. Brussel: Gemeentekrediet van België.
1996. Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde: Ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas-Schelde-Demergebied 400–1350: Een poging tot synthese. Zutphen: Walburg Pers.
Van Loey, Adolphe C. H. 1971. Middelnederlandse spraakkunst. 2: Klankleer. 6th rev. ed. Groningen: Tjeenk Willink.
Van Loon, J. B. 1962. De plaatsnamen van Roosendaal — Enkele aanvullingen. Jaarboek Ghulden Roos 221. 97–124.
1965. Water en waternamen in Noord-Brabants Zuidwesthoek. Bijdragen en mededelingen der naamkunde-commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam XXII.
Van Loon, Jozef. 2017. Lo, Donk, Horst: Taalkunde als sleutel tot de vroege middeleeuwen. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Luyssaert, Jan. 2001. De hydroniemen Leie, Kale, Kalle, Kaandel voor de bovenloop van de Durme. Naamkunde 331. 219–230.
McKitterick, Rosamund. 1994. Carolingian culture: Emulation and innovation. Cambridge: Cambridge University Press.
Melkert, Marian J. A. 2021. Natuursteen: Maal- en molenstenen uit de Vroege Middeleeuwen. In Henk van der Velde, Peter Hazen & Dries Tys (eds.), Een collectief van boeren: Een multidisciplinair syntheseonderzoek naar een vroegmiddeleeuwse ambachtssite bij Rotselaar (Syntar 4 synthese-onderzoek op archeologisch materiaal uit Vlaanderen 4), 75–94. Brussel: Onroerend Erfgoed.
Minnen, Bart. 2021. Van vroegmiddeleeuwse ambachtelijke zone tot heerlijke watermolens (72–13e eeuw). In Henk van der Velde, Peter Hazen & Dries Tys (eds.), Een collectief van boeren: Een multidisciplinair syntheseonderzoek naar een vroegmiddeleeuwse ambachtssite bij Rotselaar (Syntar 4 synthese-onderzoek op archeologisch materiaal uit Vlaanderen 4), 115–156. Brussel: Onroerend Erfgoed.
MNW = Verwijs, Eelco, Jacob Verdam & Frederik A. de Stoett. 1992. Middelnederlandsch woordenboek. ’s-Gravenhage: Nijhoff.
ONW = Quak, Arend. (ed.), Oudnederlands Woordenboek. INL. [URL]
Van Oostrom, Frits. 2006. Stemmen op Schrift: Geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam: Bakker.
OSU = Muller, Samuel & Arie C. Bouman. 1920 (eds.). Oorkondenboek van Het Sticht Utrecht Tot 1301, Deel I 695–1197. Utrecht: Oosthoek.
Post, Rudolf. 1982. Romanische Entlehnungen in den westmitteldeutschen Mundarten: Diatopische, diachrone und diastratische Untersuchungen zur sprachlichen Interferenz am Beispiel des landwirtschaftlichen Sachwortschatzes. Wiesbaden: Steiner.
Roelandts, Karel. 1978. Handleiding bij het corpus Molemans-Thiry Naamkundig Repertorium; machinale bewerking van de onuitgegeven toponymische dokumentatie uit Nederlandstalig België (1925–1975). Louvain: Instituut voor Naamkunde.
Schoonheim, Tanneke. 1999. Vrouwennamen in Middeleeuws Holland: Germaanse en niet-Germaanse vrouwennamen in Holland tot 1300. Handelingen — Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis 531. 101–117.
Stein, Robert. 1995. Brabant en de Karolingische dynastie. Over het ontstaan van een historiografische traditie. Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 1101. 329–350.
. 2014. De hertog en zijn staten: De eenwording van de Bourgondische Nederlanden, ca. 1380–1480. Hilversum: Verloren.
De Tier, Veronique. 2010. Van askop, lantaarns en wieken: Molenterminologie in de Zuid-Nederlandse dialecten. Van Mensen & Dingen 81. 161–187.
de Vaan, Michiel. 2020. Zegge zn. ‘rietgras’. In Digitale Etymologieën: Toevoegingen bij het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 1681.
Vanderputten, Steven, Tjamke Snijders & Jay Diehl. 2015. Medieval Liège at the crossroads of Europe: Monastic society and culture 1000–1300. Turnhout: Brepols.
