Article published In: ITL - International Journal of Applied Linguistics
Vol. 99/100 (1993) ► pp.31–42
Bedenkingen rond juridische terminografie of de term woonplaats op zijn plaats gezet
Article language: Dutch
Published online: 1 January 1993
https://doi.org/10.1075/itl.99-100.02bul
https://doi.org/10.1075/itl.99-100.02bul
Aan de hand van een terminografische aanpak van de term "woonplaats" en de bijbehorende begripsanalyse, werd gepoogd de specificiteit van juridische terminografie wat duidelijker te stellen.
In de eerste plaats wijzen we op het pragmatisch karakter van wetteksten, wat voor de juridische termen meebrengt dat ze heel vaak een "dubbele" inhoud hebben: een begripsomschrijving en een juridische toepassing. Het is o.i. dan ook wenselijk dat de terminograaf beide aspecten probeert te benaderen.
Anderzijds wijzen we op het prescriptief karakter van de wetteksten waardoor de termen automatisch genormaliseerd zijn. Als nu voorkomt - en het gebeurt vaak - dat de wetgever eenzelfde term hanteert maar met een gewijzigde begripsinhoud, dan ziet de doctrine zich verplicht nieuwe termen te creëren om de synonimie te verduidelijken en zal de terminograaf op zijn hoede moeten zijn voor termen die in ruime en in strikte zin kunnen gedefinieerd worden.
On the basis of a terminography approach of the term "woonplaats" (domicile) and a companion analysis of the concept, a tentative outline is given of the specificity of juridical terminography.
On the one hand, we give evidence of the pragmatic character of law texts, often resulting in their juridical terms having a doublelayered content: a definition of concept and a juridical application respectively. We find it advisable that a terminographer try and combine both aspects.
On the other hand, we draw attention to the prescriptive nature of law texts, which automatically normalizes them. When the legislator - as is often the case - uses a term with an altered meaning, doctrine has to create new terms so as to make clear synonymy and the terminographer will have to beware of terms that could be defined in both a broad and a narrow sense.
References (10)
ALGRA, N.E. : Fockema Andreae's juridisch woordenboek/N.E. Algra, H.R.W. : Gokkel - vijfde druk - Alphen aan den Rijn: Samson H.D. Tjeenk Willink, 1985.
BELGISCH, (=B.W.) :Belgisch Burgerlijk Wetboek/Ph. Galland, A. Duelz, M. Dath - België: uitgaven Maraboe, 1986.
BOUCKAERT, B. : Inleiding tot het recht/B. Bouckaert, M. Van Hoecke - 3e bijgewerkte druk - Leuven: Acco, 1986
CORT, de J. : Terminologieleer, een inleiding/J. De Cort in Linguistica Antverpiensia, Series maior 2 - Antwerpen, Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken, 1985.
DELVA, W. : Overzicht van het Belgisch burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht/W. Delva, H. Boeken, M. Heymans - 4e herziene druk - Gent: Story-Scientia, 1982.
DELVOIE, G. : Commentaar bij arts. 102 tot 111 in Personen- en familierecht, artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer - Antwerpen: Kluwer rechtswetenschappen, 1989.
GERECHTELIJK (=Ger.W.): Gerechtelijkwetboek/bewerkt door Henri Boonen - 2e druk - Antwerpen; Apeldoorn: Maarten Kluwer's Internationale Uitgeversonderneming, 19684.
HAVER, van J. : Syllabu van de colleges Nederlandse taalbeheersing juridisch en administratief taalgebruik/J. Van Haver - Leuven: Acco, 1981.
